Huis Fickel

This image has an empty alt attribute; its file name is dashaus-1024x252.jpg

Inleiding.

Estland, het jaar 1202. De streek Lijfland (Liviona), dat tegenwoordig een deel van Estland en Letland is, wordt onderworpen aan de Roomse Kerk met hulp van de Orde van de Zwaardbroeders (Brüder der Ritterschaft Christi) en de bisschop van Riga, Albert van Buxhoeveden. De Orde had zich ten doel gesteld het gebied te bekeren. Later wordt In het Noord-Westen van Estland een nieuw bisdom Ösel–Wiek (Saare-Lääne) opgericht met als centrum de burcht Hapsal (Haapsalu).

Ösel–Wiek bestond uit het eiland Ösel en de streek Wiek dat op het vasteland er tegenover lag. Na de Duitse overwinning in 1227 op de Zweden werd het gebied het centrum van het prinsbisdom Ösel-Wiek, een onafhankelijke staat. De nederlaag van de Zweden in de Slag bij Lihula ontmoedigde de Zweedse expansie naar Estland voor meer dan 300 jaar. Het land werd overgelaten aan de Teutoonse Ridders, de Duitse Bischoppen, edelen en Denemarken om het onderling te verdelen.

Na de annexatie in 1561 van de Lijflandse Confederatie ruilde Denemarken Wiek met het bezit van de Lijflandse Orde op Ösel en het eiland werd daardoor volledig Deens.

This image has an empty alt attribute; its file name is Osel-wiek-1-1024x901.jpg

This image has an empty alt attribute; its file name is OOL-0009-LIVONIA_vulgo_LyeflandJoan_Blaeu_1662-48x37gecorrWR_d424eba481eed44be385d273a8178dd2-1.jpg

This image has an empty alt attribute; its file name is oude-kaart-Wiek-Fickel-3-1024x974.jpg

In de Wiek lag het huis Fickel. Huis Fickel lag direct aan de beek of een rivier die ook Fickel werd genoemd en overigens nog steeds zo wordt genoemd. In die tijd werd er oud Duits gesproken. Fickel wordt in middeleeuwse overeenkomsten ook geschreven als Vickell en Fickel wordt uit het oud-Duits naar het Ests vertaald als Vigala. De beek heet dus nu Vigala en waar vroeger de burcht was gelegen is nu het Vigala park met het kerkhof van de familie Uexküll.

This image has an empty alt attribute; its file name is vigala-p-1024x709.jpg

“Es führte hier der alte Weg von Hapsal nach Pernau vorbei, welcher der Richtung einer Düne folgte, die bei Goldenbeck beginnt und in Jeddefer verläuft, der einzigen, welche das Fickelsche Gebiet aufzuweisen hat.” schrijft Gottlieb Olaf Hansen in 1900.

This image has an empty alt attribute; its file name is stein-fickel-1-1024x497.jpg

Het huis werd later een kasteel en burcht genoemd, waarschijnlijk vanwege de versterkte dikke muren.

Huis Fickel wordt voor het eerst genoemd als Johannes de Bardewich in 1229 door de Bisschop wordt beleend met het huis Fickel.

Hoewel Arndt in zijn kroniek schrijft dat het huis Fickel in 1202 door bisschop Heinrich II van Ösel is gebouwd, is deze informatie van weinig waarde omdat we het nergens bevestigd vinden.

Het huis of boerderij Fickel is in 1292 waarschijnlijk al een tijdje in handen van de familie adellijke familie Uexküll als het weer wordt vermeld, maar of de boerderij toen al was versterkt, is niet bekend. Het huis werd gebouwd in de vroege dagen van het ontginnen van moerasachtig gebied te midden van een onzekere bevolking en zal dus versterkt en beschermd geweest moeten zijn tegen een plotselinge aanval.

Het zal geen echt kasteel geweest zijn omdat bij de verdeling van de erfenis in 1420 aan de zonen Uexküll alleen werd gesproken over een boederij Fickel en niet over een kasteel.

In 1453 echter wordt er in de documenten van Bisschop Ludolf gesproken over de burchten Fickel en Kattentack. Volgens het taalgebruik van die tijd moet dat een ommuurd huis zijn geweest.

Er werd in 1772-1775 een eind verderop een nieuw huis Fickel gebouwd dat ook wel een slot wordt genoemd (Schloß Fickel / Vana-Vigala ). In de jaren 1858 en 1864 werden er restauraties uitgevoerd en de façade gewijzigd. In 1905 brandde het huis deels af tijdens een opstand maar werd later hersteld. In 1919, bij de onafhankelijkheid van Estland, werd het huis genationaliseerd en raakte de familie Uexküll het huis kwijt. Het huis is momenteel eigendom van de staat en er is een school in gevestigd.

This image has an empty alt attribute; its file name is sloss-fickel-vroeger-2-1024x671.jpg

This image has an empty alt attribute; its file name is slot-fickel-1024x751.jpg

Niet ver van het huis Fickel is nu nog steeds een kerk te vinden, die gebouwd is door de familie Uexküll.

This image has an empty alt attribute; its file name is Vigala_Maarja_kirik_1-1024x681.jpg

Opgravingen.

Bernhard Baron Uexküll ondernam in de zomermaanden van 1896 een opgraving van de volledig begraven ruïnes van huis Fickel.

Bij de opgraving was er boven de grond niets meer te zien. Er stonden ook deels bomen en struiken op de plek waar onder de grond de resten van de ruine waren. Kostbaar bouwmateriaal is vroeger weggehaald en elders hergebruikt. De opgraving wijst wel uit dat, alhoewel het huis of burcht Fickel niet de grootste was in de streek, er wel heel veel stenen zijn gebruikt bij de bouw. En dat was in die tijd een kostbare zaak, omdat de omgeving veelal uit moeras bestond en het aanvoeren van stenen lastig was.

De burcht Fickel moet hoge muren en torens hebben bevat. En in ieder geval zoveel stenen dat nadat het is verwoest de naburige huizen Kosch en Werder en het huidige slot Fickel van stenen konden worden voorzien.

De lengte van de ruine was 224 voet lang en 110 voet breed.  Het hoofdgebouw was een onregelmatige vierhoek van 80 voet lang en 70 voet breed. De muur was 12 voet dik.

Een deel van de ruine is weggespoeld door de beek Fickel die vlak langs huis Fickel liep.

This image has an empty alt attribute; its file name is ruine-fickel-1024x770.jpg

This image has an empty alt attribute; its file name is DBF3-641x1024.jpg

De bewoners van huis Fickel, de familie Uexküll

Conrad de Meyendorpe wordt in 1201 beleend met Burg en Uexküll en in 1224 met de helft van het vorstendom Gercike. Conrad von Uexküll had geen kinderen. Volgens Moritz Brandis huwde Johannes de Bardewich de weduwe van Conrad en wordt hij in 1229 door de Bisschop beleend met het huis Fickel.
Ook Johann Gottfried Arndt schrijft in zijn Liefländische Chronik (1753) dat Johannes de Bardewich in de regio Wiek de landgoederen Welx (Felix ), Werder (Walek) en Fickel werd beleend. Er is een oud document gedateerd 26 juli 1229. Hierin wordt gesproken over Ritter Johannes de Bardewisch in Dünamünde.

Pas In 1383 is er weer een document en wordt Nicolaus Uexküll genoemd als vazal van de Öselse kerk en als zodanig werd hij beleend door de bisschop van Ösel met het huis Fickel. Hij komt te overlijden op 21 december 1420. Zijn gemalin was vrouwe Ilzebe. Ze hadden 6 kinderen:  Bertram, Dietrich, Conrad, Heinrich, Luthard  en Mechtheld.

Bertram wordt door zijn broers uitgekocht. Heinrich is dan bisschop van Rival en hij heeft al bij zijn aantreden bezittingen gehad van zijn vader. Diedrich erft in 1420 samen met zijn broer Conrad de burcht Fickel en wordt ook beleend in 1425 door de Ordenmeester Cisse von Ruttenberg met diverse dorpen en landerijen in de omgeving.

Conrad, mede bezitter van het huis Fickel wordt in 1453 naast Fickel ook beleend met Kattentack. Conrad is betrokken bij diverse onenigheden tussen edelen en de bisschop. In 1464 is hij overleden. Met zijn vrouw Gertrud krijgt hij twee zonen en twee dochters: Heinrich, Wolmar, Margarethe en Barbara.

Conrad’s zoon Wolmar erft het huis Fickel samen met zijn broer bisschop Heinrich. Heinrich was ook Domheer van Dorpat. In 1456 is hij overleden. Hij was toen niet meer in het bezit van het huis Fickel.

This image has an empty alt attribute; its file name is image.png
De taal is hier oud Duits, dat meer overeenkomsten met het Nederlands heeft dan het huidige Duits.

Wolmar erft dus de burcht Fickel met bijbehorende landgoederen.  Overigens was dit nog steeds leengoed van de kerk. Maar hij moet wel zijn twee zussen Margharete en Barbara onderhouden, de schulden van zijn vader overnemen en belastingen betalen.  Wolmar Uexküll sloot in 1477 een overeenkomst met zijn neef Peter om hun beider bezit samen te voegen. In 1478 betaalt Wolmar aan Peter 10.000 mark en hij belooft ook nog eens 31.000 mark voor verschillende eigendommen. Wolmar overleed in 1506. Hij is twee keer getrouwd geweest. De namen van zijn vrouwen zijn niet overgeleverd. Uit zijn eerste huwelijk kreeg hij de volgende kinderen: Conrad, Otto, Peter en Johann. Op 13 juni 1506 komen de kinderen, die von Fickel worden genoemd, samen met hun tante Margarethe, weduwe van hun overleden broer Conrad, om te spreken over het nalatenschap bij de Bisschop Johann van Ösel. Uiteindelijk wordt de erfenis verdeeld in 3 delen: Fickel, Anzen en Werder-Padenorm. Peter krijgt Werder en Padenorm. Johann krijgt Menzen, Antzen, Sara en Wollust. Fickel gaat samen met Russal, Pall en Kattentack naar Otto.

This image has an empty alt attribute; its file name is Conrad_uekskuell-1-764x1024.jpg

This image has an empty alt attribute; its file name is otto-van-720x1024.jpg

Otto Uexküll zu Fickel, Wolmar’s zoon, was betrokken bij veel ruzies over de grenzen van zijn bezittingen en was betrokken bij tal van politieke ruzies waaronder over de opvolging van de Bisschop van Oesel. Jurgen Ungern en Otto Uexküll Fickel hadden een hoog oplopend conflict met Markgraaf Willem van Brandenburg. Er ontstond zelfs een heuse oorlog in 1532-1533. Zelfs Keizer Karel V werd er bij betrokken.

Otto heeft ook nog getracht de familegeschiedenis van Uexhill te laten opschrijven door Augustinus van Getelen. Het werk was na een jaar af. Maar toen het boek geprobeerd werd af te geven bij Otto en zijn vrouw, waren ze niet thuis. Augustinus stuurde het werk een tweede keer op maar toen was Otto al overleden. Hij overleed in 1545. Otto Uexküll Fickel was getrouwd met Katz Maydel, de dochter van de oude Hans Maydel. Zij overleed tussen 1562 en 1565. Uit het huwelijk met Otto Uexkull kwamen 7 zonen en 4 dochters voort. Conrad, Heinrich, Dietrich, Otto, Jurgen, May, Catharina, Gertrud en twee kinderen waarvan de naam niet bekend is.

Dietrich, Otto’s zoon, was samen met zijn vader gevangen genomen bij de belegering van burcht Fickel, maar was vrijgelaten op verzoek van de Marktgraf. Vanaf dat moment werd Dietrich een vazal en volgeling van de bisschop van Ösel. In 1551 is Dietrich het eens met zijn broer Jurgen over hoe ze de erfenis van hun vader verdelen en wel op een manier waarbij hij zelf de burcht Fickel ontvangt. De goede relatie tussen de broers veranderde snel toen Jurgen partij koos voor Zweden en optrok met zijn broer Conrad. In 1562 moest hij het huis Fickel opgeven. Maar Johann Maydel von Kotz had een deposito ontvangen van Dietrich voor 2000 Mark op het huis Fickel, maar deze is verloren gegaan in de brand. Johann vroeg om een nieuw document maar voordat dit kon worden opgemaakt overleed Johann Maydell. De weduwe houdt een vordering op huis Fickel omdat Dietrich na herhaaldelijk aandringen niet betaalt. Met de ondergang van de Livonische staat besloot Dietrich hertog Magnus te benoemen tot bisschop van Ösel en hem als zijn rechtmatige leenheer aan te stelllen en zwoer trouw aan de Denen. In 1563 verhuist hij met hertog Magnus naar het klooster Pilten. Dietrich wierp zich ook op als verdediger van de stad Hapsal, dat werd belegerd door de Zweden in 1565. Dietrich wordt benoemd tot adviseur van de hertog in de Deense zaak en ging daarvoor naar Denemarken alwaar hij datzelfde jaar bezweek aan de pest.

Jurgen, ook een zoon van Otto, was verwikkeld in een politieke strijd tussen Zweden en Denemarken. Jurgen had moeite om het huis Fickel en het land terug te krijgen van Koning Erich XIV van Zweden aan wie hij brieven schreef maar bittere antwoorden kreeg over verraad en het feit dat de gebieden zich niet loyaal aan de Koning van Zweden hadden getoond. Uiteindelijk krijgt Jurgen Uexküll huis Fickel toch weer in bezit in 1565 na de dood van Dietrich.

Jurgen had  in 1565 Eddo Zoege, de dochter van Johann Zoege zu Erbstfer, gehuwd. Hij kreeg van zijn schoonvader een bruidsschat van 7000 mark, maar er werd bepaald dat mocht Jurgen overlijden zij recht op 16.000 mark had. Eddo had in 1590 nog steeds niets ontvangen en wende zich tot de Zweedse veldmaarschalk Otto Uexküll van het huis Kosch dat Fickel in bezit had, om te helpen het geld te innen. Ze doet Otto een voorstel maar die weigert. Hij vraagt haar zich te onderwerpen aan Koning Sigismund.  Het huwelijk bleef kinderloos. Hiermee kwam een einde aan de zogenaamde oude lijn omdat er geen kinderen waren.

Johann, Wolmar’s zoon, de neef van Jurgen, werd de stamvader van het huis Fickel jongere lijn. Johann Uexküll zu Anzen-Menzen werd in 1583 hofmaarschalk en raadslid van hertog Magnus van Holstein. Later benoemde koning Frederik II van Denemarken hem tot gouverneur van Ösel. In 1624 erfde Johann Uexküll het landgoed Fickel. Of er dan ook nog een burcht op staat is onbekend.

De volgende honderden jaren bleef het oude familielandgoed Fickel eigendom van de familie Uexküll. De burcht Fickel is dan waarschijnlijk onbewoonbaar geworden en vervallen tot een ruine tot dat er verderop pas in 1772 een nieuw Haus Fickel wordt gebouwd.

De zesde in de nieuwe lijn, Bernhard Baron Uexküll zu Fickel(† 1922), werd door een Estse landbouwhervorming in 1919 onteigend. Haus Fickel werd eigendom van de staat Estland. Huis Fickel is er nog steeds.

This image has an empty alt attribute; its file name is image-1.png

This image has an empty alt attribute; its file name is ovz-linie-981x1024.jpg

Nadere informatie over het huis Fickel is te vinden in het boek Geschichte des Geschlechtes derer von Uexkül door Gottlieb Olaf Hansen uit 1900. In het boek wordt weer gerefereerd aan het Bericht des Mauritius Brandisarchief .

Die von Uxkull. T. 2, Genealogische Geschichte der Gesamtfamilie von Uxkull (Stammhaus Schloss Fickel) : 1229-1936 / von Prof. Dr. Michael Frhr. v. Taube. Tallinn, 1936.

Die privaten Bauernrechte Estlands für die Gebiete Fickel etc. door Olaf Hansen.

In het huidige slot Fickel bevindt zich ook het archief van het huis Fickel (Majorats-Archiv zu Schloss-Fickel).

http://www.mois.ee/deutsch/laane/vigala.shtml